Selecteer een pagina
22 november 2021
Praktijk

Springen: 7 springoefeningen voor tijdens de gymles

Wat verstaan we allemaal onder springen?

Wanneer we het hebben over springen, denken we allemaal aan hetzelfde, toch? Je zakt door je knieën en dan maak je een sprong in de lucht, het liefst neem je je armen mee omhoog zodat je nóg hoger komt. Ja, dit is één van de meest voorkomende sprong, maar eigenlijk zijn er nog veel meer vormen van springen; omhoog springen, touwtje springen, loopsprongen maken, zijwaartse springen, verspringen & hoogspringen (atletiek) en ga zo maar door. Waar zitten de verschillen dan in? Je kunt met één been afzetten, met twee benen afzetten, op één been landen, met twee benen naast elkaar landen, of juist landen met de benen gespreid.

Waarom is springen belangrijk?

Springen is een belangrijke vaardigheid die kinderen moeten ontwikkelen. Kinderen vinden het in het begin soms een beetje eng om te springen, want ze kunnen bang zijn om hun balans te verliezen bij de landing. Hierdoor is het ook erg belangrijk om aan het balanceren te werken.

Wanneer kinderen leren springen met twee benen tegelijk, werken ze aan de samenwerking van beide hersenhelften. Dit is van belang voor verbindingen leggen tussen de hersenhelften en kan dus weer een positief effect hebben op (motorisch) leren en ontwikkelen.

Verder leren kinderen door veel te springen, ook meteen een goede landing aan. Goed leren landen is belangrijk om blessures te voorkomen. Ook kan dat een goede basis zijn voor op latere leeftijd, wanneer ouderen een minder goede balans krijgen.

Ook heeft springen een positief effect op het humeur van kinderen. Springen wordt namelijk door het brein geassocieerd met vrolijkheid en blijdschap! We noemen het ook niet voor niets een vreugdesprongetje!

 

Springen moet je leren

Springen is één van de essentiële grondvormen van bewegen. Springen is ook één van de Coordinative Abilities, ook wel evenwichtsvermogen genoemd. Dit zijn alle vermogens van coördinatie en lichaamscontrole. De Coordinative Abilities worden getest in de MQ Scan.  Door al deze coördinatieve vermogens te oefenen, ontwikkelen kinderen hun motorisch vermogen.

 

Variatie is de sleutel tot succes

De ontwikkeling van springen bij kinderen

Gemiddeld kunnen kinderen springen als ze 2,5 jaar oud zijn. Vaak landen ze nog wel op hun platte voet, omdat de voorvoet(landing) zich pas later ontwikkelt. Tussen de leeftijd 2,5 en 3 jaar kunnen kinderen ook ergens vanaf springen. Kinderen van 3-4 jaar oud kunnen over lage obstakels springen, een stukje vooruit springen en ook een aantal keer achter elkaar omhoog springen. Tussen de 4 en 5 jaar oud zijn kinderen (onder andere)  volop aan het springen. Vanaf een jaar of 5 kunnen ze ook touwtje springen.

Tuurlijk verloopt de ontwikkeling van een kind niet precies hetzelfde. Soms kan een kind van 2 jaar al best goed springen en soms kan een kind van 3 jaar dat eigenlijk nog niet. Dat is normaal. Ieder kind leert op zijn eigen tempo de motorische vaardigheden aan. Om het proces iets te versnellen, is het handig om het springen overdreven voor te doen, om te springen met een steuntje erbij of om rustig op een trampoline te gaan staan.

 

7 springoefeningen voor tijdens de gymles

Nu we weten waar springen belangrijk voor is en wanneer kinderen bepaalde sprongen kunnen maken, kunnen we een kijkje nemen naar leuke oefeningen voor tijdens de gymles. Natuurlijk kan je ook een hele gymles besteden aan deze oefeningen/spellen, om echt even goed de nadruk op het springen te leggen. Een andere optie is om één van de  oefeningen als warming-up te doen of als eindspel.

Oefening 1: Springen, landen en hinkelen

Hoe werkt het?

Zet één of meerdere rij(en) met dopjes uit. De kinderen kunnen hiertussen springen, met één of twee benen, en hinkelen. Laat de kinderen elk stukje of elke keer iets anders doen, zodat ze goed moeten nadenken en scherp moeten blijven.

Wat heb je nodig?

  • Dopjes

Oefening 2: Beweegbaan springen

Hoe werkt het?

Zet een gevarieerd parcours uit waarbij springen de hoofdbeweging is; maak het zo gek als je wilt. Bekijk de video voor inspiratie. Niet voor alles zijn grote materialen nodig, mocht dat een probleem zijn. Denk bijvoorbeeld aan kikkersprongen, stersprongen of één-benige sprongen tussen bepaalde pylonnen in.

Wat heb je nodig?

  • Banken
  • Touwtjes
  • Matten
  • Pylonnen
  • Korf
  • Korfbal
  • Hoepels
  • Kasten
  • Springplank
  • Trampoline
  • Dikke mat

Oefening 3: Schotse sprong

Hoe werkt het?

De schotse sprong is de meest oude techniek bij atletiek voor het onderdeel hoogspringen. Het wordt ook wel ‘de schaarsprong’ genoemd. Span een touw tussen twee palen in. Leg voldoende matten achter de palen. Zet pylonnen uit voor de aanloop. Het idee is dat kinderen er met een schaarbeweging overheen gaan.

Wat heb je nodig?

  • Matten
  • Touw
  • 2 palen
  • Pylonnen

Oefening 4: Verdedig de mat!

Hoe werkt het?

Iemand gaat naast de dikke mat klaarstaan. Iemand anders gooit een bal richting de mat. Het doel voor diegene is dat de ballen de mat niet raken; verdedig de mat! Gaat dit makkelijk? Laat meerdere personen ballen gooien.

Wat heb je nodig?

  • Dikke mat

Oefening 5: Gooien en springen tegelijk

Hoe werkt het?

Zet een kast met een mat ervoor neer. Leg een paar meter daar vandaan hoepels neer. Ga op de kast of op het blok staan. Gooi terwijl je van de kast afspringt een pittenzakje in één van de hoepels. Werk met het verdienen van verschillende punten wanneer de hoepels steeds verder weg liggen. Een andere optie is om elke hoepel een kleur te geven (bijvoorbeeld door er een lintje in te leggen) en dat een pittenzakje alleen in de hoepel mag komen van diezelfde kleur.

Wat heb je nodig?

  • Kast / Blok
  • Mat
  • Hoepels
  • Pittenzakjes
  • Eventueel lintjes

Oefening 6: Kleurenparcours

Hoe werkt het?

Leg een parcours uit met hoepels van verschillende kleuren. Verzin bij elke kleur hoepel een bepaald soort opdracht, denk aan; handen op het hoofd, handen in de zij, handen gestrekt omhoog of handen gekruist voor je lichaam. Maak er eventueel een wedstrijdje van door twee dezelfde parcours naast elkaar uit te zetten. Er is dan wel één regel; bij een fout, begin je opnieuw!

Wat heb je nodig?

  • Hoepels

Oefening 7: Tweebenig verspringen

Hoe werkt het?

Zet twee pylonnen of dopjes uit waar ongeveer 10m tussen zit. Geef de kinderen als opdracht om in zo weinig mogelijk sprongen aan de overkant te komen.

Wat heb je nodig?

  • Pylonnen

Conclusie

Springen is een erg belangrijke vaardigheid voor kinderen om te ontwikkelen. Het zorgt ervoor dat hun spieren sterker worden en het leren landen is hierbij ook erg belangrijk voor op latere leeftijd.

Voor nog meer inspiratie betreft springen voor tijdens de gymlessen, neem een kijkje naar de ASM playlist ‘Springen’ op de MQ Wat Nu pagina.

Lees ook een blog over Balansoefeningen voor in de gymles

bee safe covid 19

Zet de MQ Scan in!

Vraag geheel vrijblijvend informatie aan voor jouw school, schoolbestuur of gemeente.  

Contact

Adres:
Hendrik Figeeweg 1C
2031 BJ Haarlem

Interesse of vragen MQ Scan?
Neem contact op met team MQ:
info@mqscan.nl of bel/bericht ons op (+31) 023 3036808 

 

Meld je aan en blijf op de hoogte